Ik eer mijn lichaam
Alles wat ik zie, is van betekenis voor mij. Iedereen stelt iemand voor die deel uitmaakt van mijn wereld, mijn moeder of vader, mijn broers of zus, iemand die een belangrijke impact op me gemaakt heeft. Alles is een associatie, een projectie, een beeld vanuit mijn bril, vanuit mijn wezen met alle ervaringen die het heeft beleefd. Mijn lichaam is mijn kompas.
Ik observeer vanuit een lichaam dat alles opslaat, dat alles weet, dat alles meedraagt tot diep in mijn cellen. Ik eer mijn lichaam, zij weet zoveel meer dan mij. Zij spreekt de taal van mijn ziel. En ik luister elke keer opnieuw alsof het de eerste keer is, zodat ik alles mag horen en voelen. Ik luister steeds meer naar haar tekenen, haar taal, haar trilling, haar hartslag, haar staat. Zij weet het, niet mijn hoofd. Zij weet het vanuit de diepte, vanuit de kern, vanuit mijn hart. Zij toont mijn innerlijke kind in haar lichaamstaal, langs en doorheen mijn lichaam spreekt de kleine Siska. En elke dag leer ik haar beter kennen. Elke dag ben ik dankbaar voor onze relatie, voor onze verstandhouding, onze samenwerking, onze groei, onze liefde, onze zachtheid. Ik eer haar en haar wijsheid. Ze leert me mijn diepte kennen en daarmee de diepte van de mens. Hoe meer ik mijzelf ken, verken en liefheb, hoe meer ik de medemens begrijp. Hoe meer ik zelf durf voelen, hoe meer ik aanvoel bij mijn naaste. Ken jezelf en ken de ander, dat voel ik meer en meer.
Tijdens mijn reis doorheen de nacht en insomnia, begon onze relatie op een heftige manier omdat ik haar al zolang genegeerd had. Ze schreeuwde naar me! Ik kwam mijn slaapkamer binnen en het was alsof mijn hart uit mijn borst zou springen. Ik zweette onmiddellijk. Ik hoorde en zag alles. Ik was net een superheldin. Mijn lijf trilde, ik kreeg het overal warm. Ik werd klaargestoomd om te vechten, te vluchten, wat het ook was, ik begreep het toen niet. Ik heb jaren s’ nachts staan roepen naar de hemel al wenend: “Wat wil je van mij? Wat is er, godverdomme? Wat wil je toch?” In frustratie en weerstand, in woede en onbegrip, in onmacht en hulpeloosheid tot een punt waar ik het niet meer zag zitten, waarop ik het wou opgeven. Ik was al zo lang bijna 24 uur op 24 obsessief met slaap bezig, gedachten rond slaap, onveiligheid in mijn lijf, angst om niet te kunnen slapen, angst voor de vermoeidheid de volgende dag, angst om zo heel mijn leven te moeten leven, angst voor de reacties van mijn lichaam, angst voor de pijn in mijn lijf en om daarin te zakken, want mijn lijf had zoveel nog te tonen, wou me nog zoveel laten doorvoelen. Ik snapte het niet. Ik was bang om in slaap te vallen. Ik was kwaad op mijn ziel, mijn lijf, mijn hart, mijn kleine kind. Ik wou ervan af. Weg, weg, die trilling, die constante dreiging die elke dag boven mijn hoofd hing, die angst en duisternis waar ik zo bang van was. Ik was moe, letterlijk zo fysiek moe en ik zweefde gewoon. Ik was er bijna niet meer. Ik was zo bang van mijzelf, van dat donkere deel van mijzelf.
Gelukkig bleef ze schreeuwen, bleef ze aandringen, en dat in de nacht want dan kon ik er niet van weglopen. Dan kon ik niet anders dan luisteren doorheen de stilte en duisternis. Dan was er niemand en was ik alleen met mijn ziel, mijn gekwetste ziel die om bevrijding smeekte. Trillende lippen, een bonzend hart, een enorme krop in de keel, ogen wijd als de nacht, mijn oren hoorden als een dier alle geluiden tot kilometers ver. Ik was een warrior. Een strijder, letterlijk in strijd met mijzelf, met mijn ziel, met mijn zijn, met mijn trauma’s. En stap voor stap durfde ik stukjes van mijzelf voelen, ruimte geven. Langzaamaan durfde ik ze uithuilen, durfde ik even in mijn lijf zakken. Het was een hele lange weg, van veel therapeuten, verschillende methodieken, veel puzzelstukjes, een heilige zoektocht naar bevrijding. Elke dag lag ik op de grond gedurende twee jaar, huilend om vorige relaties en ex-vriendjes, het verlaten van Spanje, mijn plek en mijn relatie, en vooral om de dood van mijn moeder, om alles wat er gebeurd was in het verleden. Alles wat ik letterlijk ontvlucht heb. Mijn hele leven was ik al ‘on the run’. Op de vlucht, invullen van mijn tijd, altijd de tv aan, altijd iemand bij mij, altijd bezig met iets, nooit was ik alleen. Geen idee hoe dat lukte achteraf bekeken, maar zo sterk kan ons systeem ons willen beschermen. Ik kreeg het voor elkaar om altijd bezig te zijn of omringd te zijn, tot op een bepaald moment de nacht ‘het probleem’ werd … en ik toen als een ‘hel’ ervaarde, maar nu als mijn redding beschouw, mijn awakening, mijn opening, mijn terugkeer naar huis. Een humbling ook, een nederig worden, een buiging voor mijn lichaam, mijn ziel, mijn systeem. Nooit nog zal ik mijn lichaam en ziel tegenspreken, nooit nog zal ik van haar weglopen, nooit nog zal ik niet vertrouwen op wat ze me te vertellen heeft, nooit nog zal ik mij letterlijk boven haar zetten. Zij is de natuur, zij is de wijsheid, zij is de heling. Zij weet wat je nodig hebt. Zij weet wat het beste is. Zij zorgt ervoor dat je het zal weten. Ze is streng vanuit onvoorwaardelijke liefde. Zij heeft me gered, zij heeft me geduwd tot ik niet anders kon daar haar aankijken, dan luisteren, dan invoelen, dan alles aan te gaan en te ontwaken, te doorvoelen, in het reine te komen met mijzelf, met haar.
Ze heeft me naar de wortel geduwd van de insomnia waar ik door ging, naar mijn diepste trauma, mijn diepste angst, naar het monster waar ik zo bang van was, en stap voor stap ben ik het monster gaan aankijken. Ik leerde het zacht te doen, liefdevol op mijn ritme, elke dag een beetje dichter bij het monster, tot ik het durfde omarmen, tot ik in compassie het monster kon doorvoelen en het monster een gekwetst kindje bleek te zijn. A hell of a ride…, maar ik ben bevrijd. Ik ben er. Ze heeft me bevrijd. Ze heeft mijn ziel teruggebracht. We zijn er weer, samen.
Wij zijn terug één. We zijn samen. We zijn een wisselwerking, maar ik laat haar leiden. Ik vertrouw haar, ik luister naar haar en heb ontzag voor haar, voor de natuur, voor het mysterie dat ons allemaal overstijgt. Zij is mijn barometer voor alles waar mijn hoofd twijfels over heeft. Zij is er altijd als ik het horen en voelen wil. Ik hoef alleen maar te luisteren.
Ik ben meer dan mijn hoofd
Ik ben een ongekend wijs lichaam
Ik ben een ingenieus multidimensionaal wezen
Ik ben voertuig voor mijn ziel
Ik eer mijn lichaam
Ik vertrouw haar intelligentie
Ik luister naar mijn natuur
Ik open mijn hart voor mijn ziel